cross-column

cross-column
japanse dichtvormen

01-08-17

zo te zitten

ineengedoken
zit een ekster in de tuin
hij moet wel ziek zijn
om in mijn oude tuinstoel
zo te zitten als een mens


23-07-17

gratis

weekendboodschappen
verkooptrucjes verpakt
in een gratis krantje

20-07-17

drielandenpunt

(suite)

drielandenpunt 
ik doe aan aardrijkskunde 
met mijn zoontjes 

drielandenpunt 
vanwaar ik kom, waar ik sta,
en waar ik heen moet

drielandenpunt 
het vierde land lacht me toe
in mijn gedachten 

drielandenpunt 
ik droomde van een mensheid 
zonder grenzen 

drielandenpunt 
tussen hoop en verlangen 
mijn hoogtevrees

16-07-17

haikoekje 21

evocatieve taal

Een krachtig middel om onze taal kleurrijk te maken, body te geven, is het gebruik van evocatie. Evocatie = het oproepen van gevoelens en/of beelden. Evocatief taalgebruik is derhalve plastisch, beeldend en suggestief. De (haiku)dichter kan ermee uit de voeten. Hij schetst beelden, roept gevoelens op en schildert met taal. Prima. Maar laat de haikudichter op zijn hoede zijn! De ‘rijkdom’ van evocatieve taal kan voor de haiku in één onbewaakt ogenblik de dood in de pot betekenen.

Hoe zit dat? Naar mijn mening is dit het geval: de evocatie roept beelden op MAAR in de kern worden die beelden opgeroepen in de geest. Dat wil zeggen dat het beeld éérst de beleving van de schrijver passeert en daarna pas aan het papier wordt toevertrouwd. Niets van wat wij schrijven of zeggen is voor 100% neutraal. Alles moet eerst langs dat innerlijke station. Dat is onontkoombaar.

De schrijver schetst een beeld, situatie, voorval. Hij wil goed begrepen worden, dus hij gaat ook nuanceren. Niet zus heb ik gezien, maar zó. Nee, niet zo heb ik het bedoeld, maar net nog iets anders. Zo wordt in taalgebruik in het algemeen, en in evocatieve taal in het bijzonder, graag en veelvuldig gebruik gemaakt van het bijvoeglijk naamwoord. Daarbij kan de schrijver ook nog eens in de veronderstelling zijn dat hij ‘waarheidsgetrouw’ bezig is, hij heeft het immers zelf zo gezien, ja, híj heeft het zélf zó erváááren!

Volgens dit procedé benoemt de eén een donkere wolkenpartij in aantocht als ‘onheilspellend’ en ‘naargeestig’; ervaart een ander de minimal music van Philip Glass als ‘eentonig’ en ‘saai’; geniet weer een ander van de kleuren in de voorjaarstuin, deelt in die vreugde door ze ‘schitterend’ nee, ‘oogverblindend’ te noemen.

Nog wat voorbeelden:
- paradijselijk (beschrijving van een alpenweide)
- een stralend begin (nl. van de dag)
- angstaanjagend (gevoelens bij komend onweer)
- een verademing (regen na tijd van droogte)
- de pracht van de natuur (de natuur wordt ‘bezongen’)

Welk punt maak ik? Ik heb sterk het idee dat evocatief taalgebruik heel makkelijk kan leiden tot kwalificaties, meningen, gevoelsuitingen, verzuchtingen, zieleroerselen. En we weten dat die zaken in het haikugenre nogal precair liggen.
Dan maar geen gevoelens in de haiku? Nee, dat is de conclusie niet. Sterker nog: alle denkbare emoties zijn mogelijk in de haiku. Ze worden alleen niet met zoveel woorden benoemd. Ze worden opgeroepen. Show, but don’t tell.

Ik ken een meisje. Ze heeft pas afscheid genomen als schoolverlater, groep 8, basisschool. Ze lag niet zo goed in de groep. Vond maar moeilijk aansluiting. Dat was al jaren zo. Vriendinnetjes had ze bij mijn weten niet. Klasgenootjes vonden haar een beetje vreemd. Of op z’n minst ‘anders’. Dat is tot op het eind zo gebleven.

de laatste schooldag
alleen dat meisje verkleed
als spaanse schone

13-07-17

stilzwijgen

strandwandeling
naast het gehijg van de zee
ons stilzwijgen

06-07-17

sedoka

hoe dan zal ik gaan 
van hier naar het voltooide, 
van het voorjaar naar de herfst? 
wanneer komen zij, 
de wolken en de wind 
en noemen mij hun reisgenoot?

28-06-17

een definitie

Een bijzondere definitie van haiku:

"de haiku is een gedicht dat beelden aanbiedt die intuïties weerspiegelen"

Deze omschrijving is van de Amerikaan Bob Spiess en wordt geciteerd door Lee Gurka (zie de post van 20/6 hieronder).

Wel een paar dagen rondgelopen met deze uitspraak. Zo ik het nu begrijp: beelden en intuïties horen beiden bij het genre haiku. Beeld en intuïtie roepen elkaar op, vallen met elkaar samen, worden elkaars spiegel.

Intuïtie = een manier van waarnemen: middels je intuïtie kun je direct innerlijk iets waarnemen, zonder eerdere ervaring of redenering. Een synoniem voor intuïtie is een ‘ingeving', ‘zesde zintuig’ of iets dergelijks.

Volgens mij is dit dus het geval in de haiku: daar wordt uiterlijke natuur, dichters omgeving (beeld) en innerlijke natuur, dichters waarneming (intuïtie) op een subtiele manier bij elkaar gebracht.

24-06-17

de rust niet

zo 's avonds laat 
de wind naar zijn gewoonte
 is gaan liggen - 
zo 's avonds laat lig ik
 en kan de rust niet vatten.

20-06-17

haikoekje 20

onze beleving van haiku

Het ‘groeien’ in de haiku veronderstelt twee vormen van activiteit:
1.
Veel haiku lezen en veel lezen óver haiku, en
2.
het schrijven zelf, of beter: het proces van schrijven, schrappen, herschrijven, het schaven dus aan je eigen werk.

Het ene sluit het andere niet uit, het gaat samen, maar bij mij in de regel niet helemaal gelijkop. Geeft niet. In beide activiteiten zit ‘beleving’. De afgelopen maanden heb ik vooral ‘gestudeerd’ op oude afleveringen van Vuursteen. Ik ben blijven steken in jaargang 1999/4, artikel: “De haiku in Amerika” van Lee Gurga. Geen ver-van-m’n-bed-show, maar voor mij zeer actueel.

Een zevenmijlslaarzenpoging:
Meneer Gurga begint zijn verhaal in het verleden met de vraag: waar komt die belangstelling voor de haiku eigenlijk vandaan? En hoewel hij de Amerikaanse situatie schetst, ik durf die wel haast naadloos op de onze te leggen (het Nederlands taalgebied dus), misschien met een vertraging van een paar decennia:

vanaf 60er jaren vorige eeuw, toenemende belangstelling voor Japanse cultuur en filosofie (Zen). Primaire interesse voor haiku want: de haiku is een voertuig, middel voor je eigen spirituele ontwikkeling. Veel interesse voor de klassieke haiku. Daar: auteur Blyth, hier: Annie van Tooren, ‘Een jonge maan’.

Dan verschuift de focus (langzaam maar zichtbaar) naar een meer algemene interesse voor poëzie als middel tot zelfexpressie. Meer mensen worden geïnteresseerd om haiku te gebruiken als voertuig OM DE EIGEN GEDACHTEN UIT TE DRUKKEN:

“Dit neemt de overhand boven de belangstelling voor de haiku op zich. Bijgevolg hebben we nu lieden die minimalistische gedichten schrijven, concrete gedichten, visuele gedichten en woordraadsels van allerlei soort, en die ondertussen hun pogingen 'haiku' noemen”.

Het proces ging m.a.w. van persoonlijke en feitelijke beleving (hoe je de wereld om je heen ondergaat) naar allerindividueelste beleving en fantasie. Natuurlijk is het experiment van wezenlijk belang voor de blijvende vitaliteit van de haiku. Maar het roept wel allerlei vragen op:
- is de haiku geschikt om onze inzichten, visies, overtuigingen te delen?
- is haiku geschikt om onze geestigheid/spitsvondigheid te laten zien?
- krijgt het scheppen van het gedicht ALS OBJECT voorrang boven de waarheidsgetrouwheid en objectiviteit van de inhoud, dwz. de waarneming?

Hier zit ik,18 jaar na dato, met de bedenkingen van ene meneer Gurka. Hoe moet het verder volgens hem? Hij geeft nog een korte omschrijving van haiku: “een haiku is een gedicht dat beelden aanbiedt die intuïties weerspiegelen”.
Afijn, daar ben ik nog wel even zoet mee.